In de Veertigdagentijd worden her en der de nodige Passies opgevoerd. De Matteüspassie, in alle nodige vertalingen en bewerkingen kent in Nederland een rijke traditie. Straks, zo rond het Paasweekend, zit de Grote Kerk van Naarden weer vol met kabinetsleden en volksvertegenwoordigers.
Gisteren zaten mevrouw Frits en ik in de Grote of Jacobijner Kerk in Leeuwarden. Daar werd de Fryske Jehannes Passy opgevoerd. Dit moderne klassieke stuk was gecomponeerd door Hoite Pruiksma, die ook de dirigent was van dienst.
Een passie vertelt het einde van Jezus' leven op aarde. Dat wil zeggen: de uren dat Hij door Pontius Pilatus werd veroordeeld, werd gekruisigd en werd begraven. Wat mij tijdens de uitvoering van deze Passy opviel, was de tegenstelling met het zien.
Zie de mens, zie de Koning, zie!
Dat klonk vooral tijdens deze passie. Dat is een spiegel voor de proloog uit het evangelie van Johannes. Daarin heeft de evangelist het over de Zoon des Mensen, die onder ons heeft gewoond, 'getabernakeld' (Johannes 1: 14).
We hebben het gezien. Aanschouwd. De duisternis ook, die heeft de Zoon, de Morgenster, ook gezien. Maar helaas - niet in haar macht gekregen.
Als dat het is wat wij in deze vastentijd oppikken, is dat al heel wat.