Gisteren waren mevrouw Frits en ik in Frederiksoord. We bezochten het Museum De Proefkolonie, een van de Kolonieën van Weldadigheid. Het was een initiatief van generaal Johannes van den Bosch. Hij zag de groeiende armoede in ons land en wilde dat een halt toeroepen.
Om de armoede om te zetten in zelfvoorzienendheid, besloot Van den Bosch tot de kolonieën in Groningen en Drenthe. Het idee was om mensen zonder geld, inkomen en een vangnet naar onontgonnen gebied te sturen. Daar kregen ze kost en inwoning, en moesten ze het land bewerken. Op deze manier werden twee vliegen in één klap geslagen: de mensen hadden werk en inkomen, en het land werd in cultuur gebracht.
De theorie zat goed in elkaar. De waarheid bleek echter weerbarstig. Daarover hebben mevrouw Frits en ik gelezen in onder meer Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen. Haar boek over haar voorouders richt zich vooral op de kolonie in Veenhuizen.
Het verhaal van Jansen verschilt niet veel van wat Wil Schackmann schrijft in zijn Kolonie-reeks. Een aangrijpend boek, dat ik anderhalf jaar geleden tijdens onze vakantie in Luxemburg las.
Nu hebben we gezien waar deze verhalen zich afspelen. We hebben een indruk hoe het was. Met de ogen van nu misschien wat merkwaardig, maar in de 19e eeuw toch een vooruitstrevend plan.

